Programmalijn Vormend Onderwijs

In het onderwijs en in de debatten die over het onderwijs in Nederland gevoerd worden, lijken twee vertogen te domineren; een economisch vertoog en een bindingsvertoog.

Naast deze vertogen is er nog een derde vertoog te onderscheiden, namelijk het vormingsvertoog. Hoewel het belang van dit vertoog algemeen onderkend wordt, krijgt het duidelijk minder aandacht als het om beleid en concrete vormgeving van het onderwijs gaat. In het vormingsvertoog staat de intrinsieke waarde van onderwijs, leren en ontplooiing centraal. Het gaat er in het onderwijs dan om een bijdrage te leveren aan de persoonlijke ontwikkeling en algemene vorming van de leerling.

 

Het nieuwe lectoraat Vormend Onderwijs richt zich op de vormende waarde van het onderwijs.  Hierbij wordt uitgegaan van de gedachte dat de drie kernaspecten van onderwijs die in de drie vertogen respectievelijk centraal staan, niet tegen elkaar uitgespeeld moeten worden. De vraag is veeleer hoe bij alle aandacht voor kennis en meetbaarheid enerzijds, en sociale en maatschappelijke binding anderzijds, ook de vormende betekenis van het onderwijs voluit vorm kan krijgen in de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarbij onderzoekt dit lectoraat ook de effectiviteit van vorming, weliswaar beseffend dat niet alles van waarde meetbaar is.

Het lectoraat richt zich op de vraag hoe de persoonlijke en de professionele identiteit van leraren en de mate waarin ze vormend onderwijs geven, bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs. Hierbij gaat het vooral om de vormende betekenis van dat onderwijs. Het vormende aspect van het onderwijs is het minst grijpbare aspect ervan. Voor een deel gaat het om bewuste overdracht in de vorm van vakken, lessen en onderdelen van het curriculum. Echter,  een belangrijk deel van de vorming die mensen in het onderwijs ontvangen, vindt ook op een andere manier plaats; via inhoudelijk en persoonlijk gezag van de leraar, voorbeeldwerking en cultuur binnen de onderwijsomgeving.

Het lectoraat Vormend Onderwijs wil deze programmalijn invullen vanuit de volgende drie onderzoekslijnen:

  • de inhoud en vormgeving van die onderdelen van het onderwijs die expliciet op de vorming van leerlingen of studenten is gericht.
  • de rol die de persoon van de leraar/docent en de cultuur van de organisatie spelen in de vorming van leerlingen of studenten in het onderwijs.
  • de wijze waarop de waarde, opbrengsten en/of effecten van de vormende elementen in het onderwijs zichtbaar, evalueerbaar en beleidsmatig beïnvloedbaar zijn.