Trouw blijven in onmacht
In hulpverlening, onderwijs en zorg draait veel om beweging, herstel en perspectief. Maar wat gebeurt er als dat heel lang uitblijft? Misschien is dat wel één van de moeilijkste ervaringen in professioneel handelen. Dat je merkt dat iemand vastzit, en dat je als professional harder gaat werken en dat niets echt lijkt aan te sluiten.
Vanuit mijn werk als onderzoeker en procesbegeleider bij het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken trek ik onder meer op met kinderen en ouders die zijn vastgelopen in onderwijs of hulpverlening. Vanuit mijn achtergrond als orthopedagoog ben ik gewend om te kijken naar ontwikkeling, perspectief en beweging. Als onderzoeker wil ik begrijpen wat werkt. Als procesbegeleider probeer ik ruimte te maken voor dialoog. Juist in situaties waarin problemen lang blijven bestaan, merk ik hoe ik steeds probeer te zoeken naar beweging, herstel of oplossingen. Maar sommige situaties laten zich niet zomaar oplossen, en vaak weet ik het ook gewoon niet.
Zoals bij de 14-jarige Hanna uit Wel in Ontwikkeling, een landelijk project voor kinderen voor wie school tijdelijk niet past, waarbij ik als ‘reisleider’ betrokken was. Zij had een vrijstelling van school. Niet omdat zij niet wilde leren, maar omdat school haar langzaam had uitgeput. Er speelde meer dan school alleen. Ze voelde zich lange tijd niet gezien, niet door andere kinderen en ook niet door docenten. Spanning rondom school en sociale contacten kostte haar zoveel energie dat zij wel van huis vertrok richting school, maar vervolgens ging dwalen door de stad om de dag door te komen.
Betrokken hulpverleners, een nieuwe mentor en ik dachten in eerste instantie vooral in opbouw en oplossingen: maatwerk in onderwijs, kleine stapjes, intensievere hulp. Dat is wat we vaak proberen wanneer iemand vastloopt. Maar ergens begon dat te wringen. Want wat als iemand niet meer hulp nodig heeft, maar juist behoefte heeft aan ruimte om niet te hoeven voldoen? Wat als er in die ogenschijnlijke stilstand iets gebeurt wat we alleen kunnen zien als we lang genoeg blijven kijken?
Binnen Wel in Ontwikkeling leeft het idee dat ontwikkeling niet stopt wanneer een kind thuiszit, maar een andere vorm krijgt. Een reisleider is in dit project geen hulpverlener met een plan, eerder iemand die een tijdje meeloopt met een kind en de ouders en aansluit bij wat zich onderweg aandient. In mijn geval ging het vooral om luisteren, soms iets aanreiken, en regelmatig terugkomen op wat zij zelf belangrijk vonden. Soms ontstaat er weer ruimte wanneer de voortdurende druk om te moeten passen binnen een systeem wegvalt. En juist dát vraagt veel van professionals, zeker binnen systemen waarin voortgang en meetbare resultaten centraal staan.
Bij Hanna zag ik hoe zij langzaam weer begon met tekenen. Ze vertelde over potloodtekeningen, aquarellen en haar verlangen om iets moois te maken. Niet omdat het ineens goed ging, maar omdat er langzaam iets van ruimte ontstond. In het begin zag ik dat als iets kleins en kwetsbaars. Toen begon ik me af te vragen of daar iets wezenlijks gaande was.
Iets van wat ik daar zag, vind ik terug in het werk van Andries Baart. Hij schrijft over het trouw vergezellen van mensen wanneer er geen duidelijke oplossing voorhanden is. Niet gelijk overnemen of repareren, maar aanwezig blijven. Hij benadrukt dat dit geen passieve houding is, en ook geen wanhoop of opgeven. Het is een bewuste keuze om ruimte te maken voorbij de gebruikelijke professionele logica van oplossen en verbeteren, omdat het soms meer recht doet. Dat lijkt eenvoudig, maar ik ervaar het vaak als één van de moeilijkste dingen in professioneel handelen.
Bruno Hillewaere benadrukt dat relationeel en systemisch werken vraagt om zorgvuldig positioneren in de relatie. Steeds opnieuw afstemmen op wat er voor de ander op het spel staat, ruimte maken voor een open dialoog, en soms ook mee aanwezig zijn. Misschien vraagt dat ook dat ik mijn eigen twijfel niet wegmoffel, maar laat bestaan in het gesprek. Het gesprek wordt echt wanneer er ruimte is voor meerdere stemmen, ook de mijne, twijfelend en al.
Mij raakt dat ook persoonlijk. Zowel in het optrekken met Hanna en haar ouders, als in mijn eigen ervaring met onmacht binnen een werkcontext, heb ik gemerkt hoe moeilijk het is om aanwezig te blijven wanneer ik het zelf niet meer weet. Ik schrijf deze column dan ook niet omdat ik weet hoe het moet, maar omdat ik er zelf zoekend in ben. Zoekend naar wat het betekent om trouw te blijven, zonder mezelf kwijt te raken.
Misschien gaat trouw blijven niet alleen over beweging en herstel, maar ook over iets in stand houden. Het vraagt iets anders van mij dan wat ik heb geleerd. Niet harder werken, maar beseffen dat ik het niet weet, en toch blijven.
Professionele machteloosheid voelt vaak als falen, maar misschien begint juist daar iets van werkelijk relationeel werken. Omdat je dan niet bij iemand staat als degene met antwoorden, maar naast iemand gaat zitten die moe is geworden van alle antwoorden van anderen. En misschien is dat uiteindelijk wat trouw blijven in onmacht betekent: niet dat je weet hoe het verder moet, maar dat je blijft.
Tanja van der Vinne is orthopedagoog-generalist, onderzoeker bij het lectoraat Centrum voor Samenlevingsvraagstukken en docent pedagogiek aan Hogeschool Viaa. Met ruime ervaring in onderwijs en jeugdhulp kijkt zij naar ontwikkeling en opvoeding in samenhang met het gezin en de bredere context, om zo aan te sluiten bij wat een kind en zijn omgeving nodig hebben.
Nederlands
English