Koninklijk onderzoek
Vanuit het werkveld werd mij een poos geleden een onderzoeksvraag gesteld: hoe je als kleine organisatie, die veel met vrijwilligers werkt en die niet of nauwelijks gesubsidieerd wordt, jezelf toch in de kijker kunt spelen bij bijvoorbeeld de gemeente, bij formele of informele welzijns- en zorg-organisaties en bij vrijwilligers. Via-Via(a) kwam er een projectsubsidie.
Het project leverde meteen al een acroniem op: KING-organisaties, wat staat voor Kleine, Informele, Niet-Gesubsidieerde organisaties. Het is grappig te merken hoe snel het werkveld zo’n term als een schijnbaar ingeburgerd begrip hanteert.
We hadden bedacht een deel van het onderzoek onder KING-organisaties te laten verrichten door collega-KING-organisaties als co-onderzoekers. Elke professionele onderzoeker weet dat de meerwaarde van onderzoek bij een doelgroep samen met leden van diezelfde doelgroep andersoortige, rijkere informatie oplevert, maar ook wel z’n eigen uitdagende dynamiek heeft. Zo ook bij KING-organisaties…
Maar wat elke onderzoeker in het sociaal domein vast óók kan beamen, is dat veldwerk toch wel een heel leuke onderzoeksfase is. Zelf vind ik het altijd geweldig inspirerend om bevlogen mensen te spreken, die het goede voor hebben met kwetsbare mede-mensen. Mensen, die – ook uit de goedheid van hun hart – tijd, capaciteiten en zorg investeren in wie door omstandigheden het minder goed of gemakkelijk heeft in het leven.
Daarbij komt dat het ook bevredigend is om zulke KING-organisaties onverdeelde aandacht te geven en wel anderhalf uur lang. Hoe vaak komen medewerkers of initiatiefnemers van kleine organisaties nou iemand tegen die uitgebreid de tijd neemt om gericht (want met een op literatuuronderzoek gebaseerde interviewleidraad) hen te bevragen op wat ze doen, waarom en hoe. Zulke diepte-interviews leveren naast de uitgevraagde informatie vaak ook nog heel wat anders op. Die ‘bijvangst’ is, naast gezien worden door een onderzoeker en een collega-KING-organisatie in dit geval, ook zelf nieuwe inzichten opdoen: ‘tja, nu je dat zo vraagt, hoe (of waarom) doe ik dit-of-dat eigenlijk?’ Het leert hen even te kijken vanuit het perspectief van een beschouwer en hun werkzaamheden niet als ‘gewoon’ te bestempelen.
Een andere opbrengst bestaat uit de rijke samenvatting, die ik na een check van de co-onderzoeker aan de KING-organisaties stuurde. Daarin lazen ze terug wat ze uiteraard zelf gezegd hadden, maar ervoeren ze die tekst meer dan eens ook als een soort methodiekbeschrijving: ‘zó doen wij onze dingen’. Prima tekst om te gebruiken om je zelf kenbaar te maken bij andere partijen, met wie je zou willen samenwerken.
Eén van de geïnterviewden gaf terug dat ze zich tijdens het gesprek ‘een koning’ had gevoeld, met een knipoog naar mijn naamgeving van haar type organisatie. Ach, hoe mooi is het toch als het mes aan zoveel kanten snijdt: een onderzoekssubject dat echt wat heeft aan het onderzoek naar proces én product, input voor een artikel, waarvan weer andere KING-organisaties kunnen leren hoe zich bij bepaalde partijen onder de aandacht te brengen en niet te vergeten een blije onderzoeker, die weer bevestigd krijgt dat de mensheid niet zo slecht en egocentrisch is als zich in deze wereld laat aanzien, zo lang die mens maar op microniveau opereert. Royaal geslaagd onderzoek, als je het mij vraagt.
Marco Algera, onderzoeker
Nederlands
English